Afgelopen weekend vond in Tilburg het vijftiende International Gipys Festival plaats. Zaterdag was er een gratis toegankelijk programma met Nederlandse bands als Kasha Nasha, Amariszi en Kalio Gayo. Gisteren was de “echte” festivaldag met onder andere het zigeunerorkest van Roma Mirando, NO Blues en de verrassend leuke Oostenrijkse band Fatima Spar and the Freedom Fries.

Op het festivalterrein was genoeg spijs en drank te vinden en door optredens van het Orkestar Braka Kadrievi – inclusief enthousiast dansend publiek – op een uithoekje van het veld waande je je heel even op het befaamde Guca-festival.
Toch was iedereen stiekem maar voor één ding gekomen: de Balkan Brass Battle tussen de Roemeense duivelskunstenaars van Fanfare Ciocărlia enerzijds en het legendarische Boban I Marko Marković Orkestar anderzijds. En een battle werd het!

Een kleine twee uur lang bliezen beide orkesten beurtelings het dak van het hoofdpodium. Dat ze aan het einde van de show toch goede vriendjes bleken en nog een paar gezamenlijke nummers ten gehore brachten, zal niemand echt verbazen.
Fanfare Ciocărlia zag ik twee keer eerder en naast het geweld van Boban en zijn zoon klinken zij, ondanks de commerciële concessies die ze in de loop van de jaren hebben gedaan, toch nog het meest traditioneel.

De power van het orkest van vader en zoon Marković is nog het beste te vergelijken met die van, pak ‘m beet, Metallica. Consequent alle riedeltjes één octaaf hoger spelen, zoals Marko Marković dat veelvuldig doet, is een beetje effectbejag (“understatement van de dag”, aldus Gijs Levelt van de Amsterdam Klezmer Band vannacht op Twitter), maar eigenlijk maakt dat helemaal niet uit. Beide orkesten zetten een geweldige show neer en Boban en Marko zijn toch een beetje de God en Jezus van de Oost-Europese blaasmuziek. Ik ben blij dat ik twee uur lang hun discipel mocht zijn.