Het was 11 juli 2001. Mijn verjaardag. Ik was die dag op m’n werk. Op de radio hoorde ik het nieuws: Herman Brood is van het Hilton Hotel gestapt. Zelfmoord. “Maak er nog een groot feest van” stond in zijn afscheidsbrief.
In gestrekte draf hobbelde ik naar het kantoor naast me, waar de dames van de abonnementenadministraatie vrolijk keuvelend naar Limburgse schlagers zaten te luisteren. “Hebben jullie het gehoord?”, vroeg ik, “Brood is dood”. Glazige blikken waren het antwoord. Oh ja, Herman Brood, die rare junkie-meneer. Leefde die dan nog? Teleurgesteld droop ik weer af.

Zo’n twintig jaar eerder stond ik als jongetje van een jaar of elf, twaalf bij de kassa van de V&D (!) in Brunssum (!). Op de platenafdeling – diezelfde platenafdeling waar ik als tienjarige mijn eerste single van AC/DC kocht – lag een stapeltje afgeprijsde boeken over Herman Brood. Ik weet bijna zeker dat ze twee gulden vijftig moesten kosten. Dat kon ik wel betalen. Ik bekeek een van de boeken en besloot er eentje te kopen.
In plaats van meteen af te rekenen, begon de meneer achter de kassa in het boekje te bladeren. Hij schudde meewarig zijn hoofd en vroeg me of ik zeker wist dat ik dit wilde kopen. Ik knikte en liet mijn geld zien. De man bladerde nog even verder, langs foto’s van Brood zelf, maar ook van William Burroughs, Nina Hagen en Jules Deelder. Na een poosje sloeg hij toch het bedrag aan op de kassa en kon ik met mijn nieuwe aanwinst vertrekken.
Is dit het eerste boek over popmuziek dat ik ooit kocht? Ik weet het niet meer zeker, maar de kans is heel groot. Wat wist ik als jochie van elf, twaalf van Brood? Niet veel, denk ik, maar Brood was rock ‘n’ roll. Dat kon ik weten, want ik had immers platen van AC/DC en Status Quo. En van Elvis natuurlijk.
Op 11 juli 2001 ging ik ‘s avonds naar een concert van Orkest de Volharding in Kerkrade. Componist Louis Andriessen zat pal voor me in het theater. Ik kon hem aanraken, maar deed dat veiligheidshalve maar niet. Wel liet ik na afloop het programma door hem signeren. “Handtekening van Louis Andriessen” zette hij erop.
Brood was dood en Louis Andriessen leefde nog. Ik vond het niet eerlijk. Aan Andriessen denk ik nog hoogstzelden, maar Herman Brood is ieder jaar even in mijn gedachten. Op 11 juli. Mijn verjaardag.