In Nederland – zo leert Wikipedia ons – vindt jaarlijks op 4 mei de Nationale Dodenherdenking plaats. Men herdenkt tijdens de Nationale Herdenking allen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Tot 1961 had de herdenking alleen betrekking op de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1961 worden op 4 mei ook de gevallenen tijdens andere militaire conflicten (zoals de politionele acties in Nederlands-Indië) en vredesoperaties (zoals in Libanon, Bosnië of Afghanistan) herdacht.
Dat is mooi natuurlijk. Heel mooi en heel zinvol en we moeten tot in de lengte van jaren stil blijven staan bij de slachtoffers van alle oorlogen, waar ook ter wereld.
Maar laten we elkaar wel vrij laten in de manier waarop we de slachtoffers van geweld willen herdenken en hoe we onze vrijheid willen vieren. We leven gelukkig nog steeds in een land waarin we zelf mogen kiezen wat we op 4 mei om acht uur ‘s avonds doen. Bij een openbare bijeenkomst houd je uiteraard je mond, maar als je in je uppie thuiszit en toevallig zin hebt om een bericht op Twitter te plaatsen, moet dat net zo goed kunnen.
De moraalridders op Twitter, die hun mond vol hebben over “respect”, maar die vijf minuten later gewoon weer over voetbal praten, denken daar anders over. Om acht uur houd je je virtuele bek, anders zullen we je wel eens in het openbaar te kakken zetten. Of, the horror, we ontvolgen je.
Oorlog is iedere dag verschrikkelijk. Niet alleen op 4 mei om acht uur. De vrijheid die we hebben in Nederland is kostbaar en van die vrijheid moeten we genieten. Dat betekent ook dat je om één minuut over acht je gezicht mag laten zien op Twitter als je daar toevallig zin in hebt.
[Lees ook de blogpost van Anouk over de Twitterstilte]

