Come On, vijftig jaar later

Op 10 mei 1963, vandaag dus precies vijftig jaar geleden, namen vijf Britse snotneuzen hun eerste plaat op. De opname zou enkele weken later op single verschijnen, met het Willie Dixon-nummer “I Want to Be Loved” als b-kant. Inderdaad, we hebben het over de Rolling Stones en hun versie van Chuck Berry’s “Come On“.

Vijftig jaar later treden de Stones nog steeds op. De kaartverkoop voor hun jubileumtour schijnt niet zo heel goed te lopen en getuige de live-beelden die circuleren, is het beste er muzikaal gezien nu toch wel vanaf. Wat blijft, is het oeuvre dat ze de afgelopen vijftig jaar gecreeërd hebben en dat dus begon met één minuut en achtenveertig seconden “Come On”.



Share

Magische momenten met The Legendary Pink Dots

Een band die ruim dertig jaar bestaat en in die periode meer dan vijfenveertig albums maakte – vele tientallen solo-albums en overige projecten van de diverse bandleden niet meegerekend – mag met recht legendarisch genoemd worden. Toch traden The Legendary Pink Dots gisteravond in het Amsterdamse Pakhuis Wilhelmina maar voor een handjevol publiek op. De intieme sfeer in het kleine café-met-podium maakte het optreden van het Brits-Nederlandse drietal echter alleen maar magischer.

Sommige aanwezigen hadden de band al (veel) vaker gezien. Voor mij was het de eerste keer, maar ondanks dat ik het oeuvre van de Pink Dots nu pas aan het ontdekken ben, heeft het optreden een diepe indruk achtergelaten.

De muziek van The Legendary Pink Dots omschrijven, is niet eenvoudig. Wikipedia rangschikt de band onder “experimentele rock”, terwijl andere sites de nadruk leggen op de psychedelische en elektronische aspecten. De elektronica van toetsenist Phil Knight speelt zeker een grote rol. De ene keer tovert hij heftige loops tevoorschijn uit zijn laptop, het volgende moment speelt hij een bijna kinderlijk aandoend melodietje. Gecombineerd met de gitaarpartijen van Nederlander Erik Drost en de altijd intrigerende teksten van frontman Edward Ka-Spel ontstaat een sound die amper met andere bands te vergelijken is.

Edward Ka-Spel, die ooit in mijn voormalige woonplaats Brunssum gewoond schijnt te hebben, is sowieso een verhaal apart. “Ka-Spel is widely regarded as a genius bordering on madness”, schrijft Allmusic.com. Met die ‘madness’ valt het volgens mij nog wel mee, maar zijn verschijning – roodgeverfd haar, lange zwarte jas, roze sjaal en blootsvoets – en de intense manier waarop hij zijn teksten zingt, zijn bijna betoverend. Als een magiër staat hij op het podium, zijn woorden kracht bijzettend met handbewegingen en zich in eerste instantie schijnbaar niet bewust van de aanwezigheid van het publiek. De melodiën zijn relatief eenvoudig, maar zelfs simpele zinnetjes als “You always leave the gas on” of “Always taste the icing, never taste the cake” klinken uit Ka-Spel’s mond dreigend en donker, zeker wanneer hij ze herhaalt met stijgende intensiteit.

Het universum dat The Legendary Pink Dots in dertig jaar tijd geschapen hebben, is hermetisch, maar het loont zeer de moeite om er in te duiken. Dat doe ik op dit moment dan ook vol overgave, zeker na het magische optreden van gisteravond.



Share

Vergeten plaatjes: Time Zone – World Destruction

Toen ik gisteren een verse voorraad mp3s aan mijn iTunes-bibliotheek toevoegde (79.342 tracks and counting) zat daar ook het debuutalbum van Public Image Ltd bij. Ik besloot op Wikipedia even de discografie van de John Lydon c.s. na te slaan en stuitte daarbij op een nummer waarop in ik 1984 regelmatig door mijn tienerkamer stuiterde, maar dat inmiddels ver in mijn geheugen was weggezakt: “World Destruction” van Time Zone.

Time Zone was een project van hiphop-pionier Afrika Bambaataa, waarbij hij samenwerkte met een steeds wisselende groep muzikanten. Time Zone debuteerde in 1983 met “The Wildstyle“, een klassieke electro-track, die in het verlengde lag van Bambaataa’s eigen werk. Eind 1984 verscheen vervolgens “World Destruction”, waarop hij samenwerkte met John Lydon en Material-bassist Bill Laswell.

Afrika Bambaataa zou met Time Zone met tussenpozen nog een aantal singles uitbrengen, waaronder “Zulu War Chant” in 1992 en het tot nu toe laatste teken van leven, “Push” uit 2005. John Lydon’s PIL liet recenter van zich horen: vorig jaar verscheen voor het eerst in twintig jaar een nieuw album van de band: This is PIL.

Share

Vooruitblik achtentwintigste editie Geen GeDonder

Op 18 april a.s. presenteer ik een nieuwe editie van Geen GeDonder, de maandelijkse avond voor jong regionaal poptalent in het café van de Nieuwe Nor in Heerlen. Je kunt tijdens deze achtentwintigste editie genieten van singer-songwriter Stef Classens en de funky geluiden van Junkestra.

Stef Classens
Met zijn 19 jaar, gevoelige teksten en een stem in het bereik van John Mayer, Ed Sheeran en Ben Howard laat de jonge Limburgse singer-songwriter Stef Classens zich graag in al zijn naaktheid zien. Zijn verhalende songs laten je stilstaan bij momenten waar je snel voorbij zou lopen. Films, boeken, tv series en foto’s fascineren en inspireren Stef heel erg bij het schrijven van liedjes. Stef was eerder te horen op 3FM en verzorgde voorprogramma’s voor Ed Struijlaart, Gerhardt en Case Mayfield. Ook was hij onlangs support act van Nielson in een uitverkocht Tivoli. Tijdens deze editie van Geen GeDonder kan ook het zuid-Limburgse publiek kennismaken met Stef Classens.

Junkestra
Junkestra is een vijfkoppige band uit Maastricht die een mix van verschillende muziekstijlen speelt. Van dansbare beats tot vette funk, van sweaty grooves tot catchy junk: als ze maar een feestje kunnen bouwen. Sinds de oprichting in 2009 heeft Junkestra al op diverse festivals gespeeld, waren ze te zien en te horen op de diverse Limburgse omroepen en namen ze deel aan bandwedstrijd Nu of Nooit. In 2012 verscheen de eerste ep “The Soul Food Association” en sinds maart dit jaar is de openingstrack van dit mini-album te horen in de Nederlandse bioscopen, in de nieuwe comedy “Valentino”. Exclusief voor Geen GeDonder vertaalt Junkestra haar sweaty-­groovin’-­funkalicious-‐hip-‐to­‐the­‐hop­‐jazziness naar een akoestische setting, maar dansen zul je!

Geen GeDonder vindt plaats in het café van poppodium NIEUWE NOR, er is geen entree en het is niet nodig te reserveren. De aanvang is om 20.30u.

Share

Please Please Me, vijftig jaar later

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat in Engeland “Please Please Me” verscheen, het debuutalbum van The Beatles. Parlophone bracht het album versneld uit na het succes van de singles “Please Please Me” en “Love Me Do“.

Acht van de veertien nummers van het album werden geschreven door John Lennon en Paul McCartney, een unicum in de tijd dat de meeste artiesten vooral materiaal uitvoerden dat door derden was gecomponeerd.

Het hele album werd, verspreid over drie sessies van elk ongeveer drie uur, opgenomen op 11 februari 1963. Oorspronkelijk wilde producer George Martin het album live opnemen in de Cavern club in Liverpool, maar vanwege tijdgebrek werd besloten om de opnames te laten plaatsvinden in de Abbey Road studios.

“Please Please Me” bereikte in mei 1963 de top van de Britse albumlijsten en zou daar dertig weken blijven staan. De plek werd vervolgens overgenomen door het tweede Beatles-album “With The Beatles”, dat in november 1963 verscheen.

Uitgebreide info over de sessies voor “Please Please Me” vind je hier.

Share

Loser, twintig jaar later

“In the time of chimpanzees I was a monkey”. Eén van de meest onvergetelijke nummers uit de popgeschiedenis begint meteen met een onvergetelijke zin. Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat Beck’s “Loser” uitkwam. Het was zijn tweede single, na “MTV Makes Me Want To Smoke Crack“, dat eerder in ’93 verscheen.

In eerste instantie verscheen “Loser” in een kleine oplage als een 12″-single op het Bong Load-label. De release leverde Back een deal op met het grotere Geffen. dat de single in januari 1994 opnieuw uitbracht. “Loser” werd wereldwijd een hit en vormde de opmaat voor een reeks singles en albums die Beck definitief op de kaart zouden zetten als één van de meest interessante artiesten van de jaren negentig.

Twintig jaar na dato stuiter ik nog steeds door de kamer als ik “Loser” draai. De vreemde mengeling van hip-hop, blues en folk klinkt nog steeds fris en de nog vreemdere tekst kan ik nog steeds woordelijk meezingen. “Mellow Gold”, het album waar “Loser” van afkomstig is, is niet zo gepolijst als de latere klassiekers “Odelay” en “Midnite Vultures”, maar door de mengelmoes aan stijlen en het vreemde contrast tussen opzwepende nummers als “Loser” en “Beercan” enerzijds en hippiefolk-deuntjes als “Pay No Mind (Snoozer)” anderzijds maakt het een van zijn meest charmante platen.

Na “Modern Guilt” uit 2008 heeft Beck geen echt nieuw album meer uitgebracht. Wel verschenen er her en der diverse losse tracks, plaatste hij op zijn website enkele integrale remakes van albumklassiekers als het debuut van de Velvet Underground en produceerde hij werk van derden. Eind 2012 verscheen “Song Reader”, een album dat alleen in de vorm van bladmuziek verkrijgbaar is en waarvan iedereen dus zijn eigen versie kan maken.

Beck’s meest recente wapenfeit is een verbijsterend mooie cover van David Bowie’s “Sound and Vision”, die ongeveer een maand geleden online verscheen. Als hij, net als Bowie, in de loop van 2013 nog eens met een goed nieuw album op de proppen zou komen, kan mijn muziekjaar niet meer stuk.

Share

Welja, een blogpost over David Bowie

“Here I am, not quite dying”. Het is de meeste geciteerde tekstregel van dit moment. Afkomstig uit de titeltrack van David Bowie‘s veelbesproken album “The Next Day”. Sinds afgelopen vrijdag is de plaat gratis te beluisteren via iTunes, in afwachting van de officiële release op 8 maart a.s.

Uiteraard was “The Next Day” binnen afzienbare tijd te vinden op de grote bittorrentsites en zodoende kan ik er al bijna drie dagen onafgebroken van genieten. “Here I am, not quite dying”. Inderdaad, Bowie is er weer, en hoe. Na alle buitengewoon lovende recensies zal ik me niet wagen aan een bespreking. Het is een geweldige plaat. Punt uit.

Het meest fascinerende is misschien wel dat een bijzonder stuk popgeschiedenis zich onder onze neus aan het afspelen is. Tussen alle artiesten die dagelijks bakken muziek over ons uitstorten via hun Bandcamp- en Soundcloud-pagina’s, tussen alle maanden van tevoren aangekondigde releases, tussen alle Facebook-profielen die bijna van minuut tot minuut verslag doen van het opnameproces van een willekeurige nieuwe single van een willekeurig nieuw bandje heeft David Bowie een geniale ‘move’ gemaakt: op 8 januari verscheen onverwacht de eerste single in tien jaar, samen met de aankondiging van het album “The Next Day”. Voor het eerst in jaren was er weer een album waar popliefhebbers wereldwijd collectief naar uitkeken. De internationale muziekpers wist niet hoe snel ze met overzichtsartikelen en – de afgelopen weken – met uitgebreide recensies moest komen.

Het had alsnog enorm kunnen tegenvallen, dat nieuwe album, maar nu het er is blijkt het – en dat is misschien wel het allergeniaalste – van begin tot het eind ijzersterk te zijn. Bowie is rijper, blikt terug en klinkt toch fris als altijd. Als ik me dan toch aan een vergelijking moet wagen: hier en daar heb ik associaties met “Lodger”, de meest rockgeoriënteerde plaat uit Bowie’s Berlijn-trilogie. Net als “Lodger” is de nieuwe plaat stevig en toegankelijk, maar zit hij toch vol met weirde koortjes, productie-grapjes en opvallende one-liners.

“The Next Day” zal niet het laatste Bowie-album zijn, dat staat al vrijwel vast. Er liggen nog minstens twaalf recent opgenomen tracks op de plank, die hij later dit jaar zou willen afwerken en uitbrengen.

David Bowie is not quite dying. Hij is springlevend.

Share

Bold, beautiful and baffling

Amper twee maanden geleden leek het nog onwaarschijnlijk dat we ooit nieuw werk van David Bowie zouden horen, totdat op 8 januari opeens de single “Where Are We Now?” verscheen. Het bleek de voorbode te zijn van “The Next Day”, het eerste Bowie-album in tien jaar.

De eerste recensies liegen er niet om: “It is an enormous pleasure to report that the new David Bowie album is an absolute wonder: urgent, sharp-edged, bold, beautiful and baffling, an intellectually stimulating, emotionally charged, musically jagged, electric bolt through his own mythos and the mixed-up, celebrity-obsessed, war-torn world of the 21st century”, schrijft The Telegraph. En even verderop: “The 14 songs are short and spiky, often contrasting that kind of patent Bowie one-note declarative drawl with sweet bursts of melodic escape that hit you like a sugar rush.”

Vandaag verscheen de tweede single van het album: “The Stars (Are Out Tonight)”. Het nummer grijpt misschien niet zo bij de keel als “Where Are We Now?”, maar het is absoluut een ijzersterke track, die de verwachtingen alleen maar hoger doet oplopen. Eind volgende week weten we meer!

Share

In memoriam Kevin Ayers

Zoals dat tegenwoordig wel vaker gaat, las ik over het overlijden van Kevin Ayers op Twitter. Eerst wat berichten zonder bronvermelding en reacties van mensen die vol ongeloof reageerden. Na een tijdje dan toch een betrouwebare bron, in dit geval het Engelse blad MOJO:

“A man often beset by his own insecurities, Kevin passed away on February 18, seemingly in his sleep, at the age of 68 at his home in France, a country with which he had developed a deep association. He will be greatly missed by all those who knew him, and those who lost themselves in his wondrous music.”

Zelf verloor ik me waarschijnlijk ergens begin jaren negentig in zijn “wondrous music”. De volgorde weet ik niet meer precies, maar ik gok dat ik eerst in aanraking kwam met The Soft Machine, een band die mede door Ayers werd opgericht, nadat hij eerder al met Robert Wyatt deel uitmaakte van The Wilde Flowers.

Soft Machine, Robert Wyatt, David Bedford, Mike Olfield, Gong, Daevid Allen. Brian Eno, Lol Coxhill, zelfs Syd Barrett, ze hebben of hadden allemaal een link met Kevin Ayers.

“Kevin Ayers possessed a voice like no other, intrinsically British and full of whimsy and mischief. This latter quality animated much of his life as well as his music”, schrijft MOJO. Ayers’ stem is inderdaad heel bijzonder: direct herkenbaar en warm. Zijn nummers zijn grappig, maar bij vlagen ook intens melancholiek. Ayers was geen pop-ster, eerder een anti-held. Hij had de “good looks and natural charm”, maar hij leefde bij voorkeur een teruggetrokken leven, zeker in zijn laatste jaren.

Alhoewel ik de muziek van Kevin Ayers niet dagelijks draai, is hij wel degelijk een grote muzikale held. Het laatste album “The Unfairground” uit 2007 is gelukkig een waardig afscheid gebleken.

Het overlijdensbericht van MOJO vind je hier.

Share

Christopher Green winnaar Nu of Nooit 2013

In de ECI Cultuurfabriek in Roermond vond gisteren de finale plaats van Nu of Nooit 2013. Na vijf voorrondes waren er nog zes finalisten over: The Unofficials, Afterparties, Quramitry, Fin de Siècle, Christopher Green en Champagne Crash. Ze streden om de felbegeerde plek op Pinkpop, die uiteindelijk werd gewonnen door Christopher Green. De band ontving de prijs uit handen van Jan Smeets en dat zag er zo uit:

Share